U heeft gekozen voor werkgever

Wat kunnen wij voor u betekenen

Van werk naar een ander beroep bij een andere werkgever

  • Competenties in kaart brengen
    • Met hulp kunt u in kaart brengen wat kwaliteiten van uw werknemer zijn. Denk aan een ervaringscertificaat, ervaringsprofiel of een competentiescan.
  • Omscholing
    • Uw werknemer wil een ander beroep leren. De hoogste prioriteit voor omscholing!
  • Begeleiding- en bemiddeling
    • Heeft uw werknemer ondersteuning nodig bij zijn/haar loopbaan of sollicitatie? Denk aan sollicitatietrainingen, loopbaanadviestrajecten en coaching.
  • Inzet brug-WW
    • De opleiding kan volbracht worden met behoud van een WW-uitkering mits er sprake is van een baangarantie voor tenminste één jaar.
  1. Spelregels
  2. Aanvragen

Van werk naar hetzelfde beroep bij een andere werkgever

  • Competenties in kaart brengen
    • Met hulp kunt u in kaart brengen wat kwaliteiten van uw werknemer zijn. Denk aan een ervaringscertificaat, ervaringsprofiel of een competentiescan.
  • Begeleiding- en bemiddeling
    • Heeft uw werknemer ondersteuning nodig bij zijn/haar loopbaan of sollicitatie? Denk aan sollicitatietrainingen, loopbaanadviestrajecten en coaching.
  1. Spelregels
  2. Aanvragen
Vind de belangrijkste werkgevers en intermediairs voor elk beroep
https://www.arbeidsmarktdashboard.nl/index.php/page/brainport/command/iframeBrainport#/employergraph10/agrifood/beroep/4422
https://www.arbeidsmarktdashboard.nl/index.php/page/brainport/command/iframeBrainport#/employergraph9/agrifood/beroep/4422
https://www.arbeidsmarktdashboard.nl/index.php/page/brainport/command/iframeBrainport#/employergraph4/agrifood/sector/0/provincie/PV30/regio/AM130
https://www.arbeidsmarktdashboard.nl/index.php/page/brainport/command/iframeBrainport#/employergraph6/agrifood/provincie/PV30/regio/AM130
Bekijk waar uw mogelijkheden liggen

Vacatures in de regio

Mobiliteit bevorderen staat centraal
Wat is het sectorplan?

Kansrijke sectoren in de regio als uitgangspunt

De economie trekt aan in Noordoost-Brabant en gelukkig is dit voelbaar in de vele sectoren die de regio rijk is. Echter blijft een aantal sectoren achter, wat gedwongen ontslagen tot gevolg kan hebben in de toekomst. Dit willen we graag voor zijn! Middels subsidies probeert het regionaal sectorplan de mobiliteit te stimuleren.

In de uitvoering van het regionaal sectorplan werken we samen met het Servicepunt leren en werken, het Werkgevers servicepunt, gemeenten en UWV. We beogen op deze manier een duurzaam netwerk op te bouwen waar de nadruk ligt op het stimuleren van werk naar werk arrangementen. Hierdoor draagt het bij tot een toekomstbestendige arbeidsmarkt.

Het sectorplan Noordoost-Brabant kent de volgende hoofdlijnen:

  1. 250 trajecten van werk naar een ander beroep bij een andere werkgever;
  2. 100 trajecten van werk naar hetzelfde beroep bij een andere werkgever;
  3. 250 trajecten van WW naar werk in een kansrijk beroep;
  4. 200 trajecten van overig naar werk in een kansrijk beroep.

In dit plan wordt in de diverse trajecten gebruik gemaakt van Brug-WW en een baangarantie voor tenminste één jaar. Het regionaal sectorplan wil hiermee 800 met ontslag bedreigde werknemers en werklozen met behulp van begeleiding en om- of bijscholing duurzaam vanuit krimpberoepen laten instromen in kansrijke beroepen in deze regio.

Het regionaal sectorplan valt onder de verantwoordelijkheid van Agrifood Capital.

Vraag en antwoord
Veel gestelde vragen
Welke activiteiten onder de vier maatregelen komen voor subsidie in aanmerking?

De activiteiten die in aanmerking komen voor subsidie zijn:

  • Begeleiding en bemiddeling richting een nieuwe baan in een ander of hetzelfde beroep bij een andere werkgever door bijv. inzet vacaturecafés, sollicitatietraining, loopbaanadviestrajecten, coaching, etc.
  • Opzetten, onderhouden en uitbreiden van een infrastructuur voor van werk naar werktrajecten (bijv. mobiliteitsbank) bij de maatregelen van werk naar een ander beroep en van werk naar hetzelfde beroep. Bij maatregelen vanuit WW naar een ander of hetzelfde beroep, resp. van overig naar een ander of hetzelfde beroep is er al een infrastructuur bij UWV of gemeenten.
  • In kaart brengen van de competenties van de betrokken werknemer, uitkeringsgerechtigde of persoon (bijv. een zzp’er) door bijvoorbeeld een ervaringscertificaat, ervaringsprofiel of een competentiescan;
  • Om- of bijscholing, waarbij het gaat om een algemene opleiding.
    Wanneer sprake is van werk naar een ander beroep kan alleen voor omscholing subsidie worden gegeven. Bij trajecten van werk naar hetzelfde beroep daarentegen alleen de kosten voor bijscholing.
Wat wordt onder omscholing, respectievelijk bijscholing verstaan?
Het moet in beide gevallen gaan om een algemene opleiding (zie vraag hierboven). Het hoofdzakelijke verschil is gelegen in de noodzakelijkheid van de opleiding om in een ander beroep te kunnen functioneren. Om vanuit het ene naar een ander beroep te gaan, kan het nodig zijn dat de werknemer competenties moet ontwikkelen, die niet zijn ontwikkeld in het eigen beroep, in dit geval is er sprake van omscholing. Wanneer de werknemer binnen zijn eigen beroep werkzaam blijft, kan het zijn dat competenties en kennis moeten worden geactualiseerd. Dan is er sprake van bijscholing. Bijscholing wordt als noodzakelijke scholing in de zin van de Brug-WW beschouwd als het gaat om een WW-gerechtigde die bijscholing nodig heeft om zijn eigen beroep uit te oefenen.
Wat betekent een “ander beroep”?
Er wordt gesproken van een ‘ander beroep’ wanneer de werknemer of de uitkeringsgerechtigde andere werkzaamheden gaat verrichten bij een andere werkgever. Voor de WW-gerechtigde houdt dit in dat het gaat om een andere werkgever dan de werkgever waar de WW-gerechtigde werkzaam was op het moment dat de werkloosheid is ontstaan.
Wat is de Brug-WW?
De Brug-WW verruimt de mogelijkheid om noodzakelijke scholing te volgen met behoud van een uitkering op grond van de WW. Er moet sprake zijn van omscholing naar een ander beroep of noodzakelijke bijscholing om weer aan de slag te kunnen in het eigen beroep. De scholing heeft een maximale duur van één jaar en moet leiden tot een erkend diploma of certificaat. Daarnaast is er een baangarantie afgegeven door de werkgever of de sector.
Moet bij aanvang van een traject naar een nieuwe baan de nieuwe werkgever al bekend zijn?
Het heeft de voorkeur dat de nieuwe werkgever bij aanvang van een scholingstraject bekend is. Het doel van deze Regeling is immers om mensen zo snel mogelijk te begeleiden naar banen in kansrijke sectoren. In de sectorplannen worden daartoe maatregelen getroffen, waarbij ook helder wordt waar de nieuwe werkgelegenheid te vinden is. Bij de maatregelen waar sprake is van baangarantie, is baangarantie na afloop van het traject strikt noodzakelijk. Veelal zal bekend zijn bij welke werkgever de nieuwe baan zal zijn, tenzij sociale partners hierover andere afspraken hebben gemaakt waarbij de baangarantie wordt afgegeven door de sector.
Wat is een baangarantie en wanneer is die van toepassing?
Er is een baangarantie van ten minste één jaar vereist bij de maatregelen van werk naar een ander beroep en van WW naar een ander of hetzelfde beroep. Bij deze maatregelen wordt immers een substantiële inspanning door betrokkene verricht om de vacature voor het kansrijke beroep te vervullen. Het is in dat geval dan ook logisch om te eisen dat na die inspanning een baan wordt aangeboden door de nieuwe werkgever. Deze bepaling is ook opgenomen om betrokkene in de gelegenheid te stellen de verbruikte WW-rechten te herstellen. Als betrokkene na afloop van een (scholings)traject weer terug zou vallen in de WW, omdat er geen baan voor hem is, zou deze uitkering korter zijn dan voorheen omdat voor dat deel dat hij scholing heeft gevolgd de WW-rechten zijn afgebouwd.
Wanneer gaat de baangarantie in en om hoeveel uur gaat het?
De baangarantie gaat in vanaf het moment dat de scholing is afgerond. Ze heeft per week een minimale omvang van het gemiddelde aantal gewerkte uren plus het aantal uren dat voor afronding van de scholing aan die scholing is besteed. Ter illustratie: de werknemer heeft gedurende één jaar 24 uur per week gewerkt en 16 uur per week scholing gevolgd, dan heeft de baangarantie een omvang van 40 uur. Het kan zowel gaan om een arbeidsovereenkomst als een aanstelling in openbare dienst.
Hoe kunnen zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) meedoen?
Zzp'ers zijn zelfstandigen die in verschillende sectoren en regio’s werken. Zij vallen onder de groep “overig” genoemd om hen naar werk toe te begeleiden. Zzp’ers kunnen in beginsel geen gebruik maken van de Brug-WW, omdat zzp’ers geen WW-rechten hebben opgebouwd.
Waarom dient er sprake te zijn van een overgang naar een andere werkgever bij van werk naar werk, resp. van werkloosheid naar werk?
Het vergoeden van de kosten van scholing en de begeleiding van werknemers al dan niet naar een ander beroep, behoren tot de reguliere verantwoordelijkheid van de werkgever en kunnen dus ook niet voor subsidie in aanmerking komen. Het begeleiden naar werk bij een andere werkgever behoort daar niet toe. Daarom zijn maatregelen waarbij werknemers of WW-gerechtigden worden begeleid en/of geschoold naar werk bij een andere werkgever wel subsidiabel. Voor de categorie overig, waaronder bijvoorbeeld zzp’ers, geldt deze bepaling niet omdat zij starten vanuit een situatie waar geen sprake is van een relatie met een werkgever.
Kan er ook sprake zijn van plaatsing in een beroep bij een werkgever in het buitenland?
Ja, dat kan. Subsidiëring van maatregelen die gericht zijn om mensen te begeleiden en om te scholen voor werk over de grens is mogelijk, uiteraard als voldaan wordt aan de voorwaarden voor sectorplannen. Ook kan daarbij een beroep worden gedaan op de Brug-WW, als aan de voorwaarden van de WW is voldaan.
Agrifood Capital gebruikt cookies om bepaalde voorkeuren te onthouden en vacatures af te stemmen op je interesses.
Close